Geef spreekkansen

Hoe zorg je voor een vlot gesprek in het Nederlands?

  • Begin altijd in het Nederlands. Zelfs al komt je gesprekspartner niet verder dan “Goeiedag, hoe gaat het?”. Je hebt een begin gemaakt en da’s wat telt.
  • Heb geduld. Laat je gesprekspartner naar woorden zoeken. Laat hem uitspreken.
  • Stel hem gerust. Zeg “Doe maar rustig hoor.” Of “Zeg het maar in het Nederlands hoor. Ik zal je helpen.”
  • Stel vragen. Dat breekt het ijs en stimuleert je gesprekspartner om in het Nederlands door te gaan.
  • Blijf zelf correct Nederlands spreken. Jij leren Nederlands? Ik jou helpen. Jij hier komen morgen 10u. Dit is kromtaal. Je bedoelt het goed, maar je gesprekspartner kan veel meer. Wil je dat hij Nederlands leert? Maak dan correcte zinnen.
  • Fouten maken mag. Wat hebben je gesprekspartner en je zoontje van 2 gemeen? Allebei maken ze fouten. Allebei hebben ze slecht geslaapt vannacht. Hoe corrigeer je hen? Zachtjes. Herhaal wat ze zeggen, maar dan juist: “Ik heb ook slecht geslapen.”

Wil je zelf een project opzetten? Check onze projectfiches voor inspiratie.