Start in duidelijke taal

Hoe spreek je Nederlands met iemand die de taal nog leert?

  • Spreek in korte zinnen. Wil je iets zeggen? Hou het kort. Korte zinnen, korte woorden. Zéker als je veel informatie geeft. Waarom? Je zorgt voor denkpauzes. De ander begrijpt je beter. Jij hoeft niet te herhalen. Of te vertalen. Win win!
  • Let op met streektaal. Streektaal is mooi. ‘t Is sappig. ‘t Is van hier. Maar het klinkt als een andere taal. Je hoeft niet te spreken als Martine Tanghe. Maar zeg toch maar liever “ik ga naar huis” in plaats van “kgonorus”.
  • Pas op met figuurlijk taalgebruik. Wat zijn ze mooi, uitdrukkingen. Maar zo verwarrend. Waarom moet ik een ander paar mouwen aantrekken? Midden in de zomer? Waar is die koe en waarom moet ik ze bij de horens nemen? Wil je dat ik je begrijp? Spreek dan maar gewoon.
  • Ondersteun wat je zegt visueel. Doe wat je zegt en zeg wat je doet. Gebruik gebaren, wijs iets aan, toon het in een brochure, demonstreer het. Je gesprekspartner ziet meteen wat je bedoelt. En ziet hij het niet, dan durft hij het sneller zeggen.

Meer weten ? Een vorming duidelijke taal biedt oplossingen. Schrijf je in voor een vorming in open aanbod of vraag een vorming op maat van jouw organisatie aan. De 8 Huizen van het Nederlands geven in heel Vlaanderen en Brussel vormingen duidelijke taal.

Duidelijk gesproken taal

In deze vorming leer je via concrete voorbeelden en eenvoudige oefeningen hoe je jouw publiek in duidelijk Nederlands kan helpen.

Duidelijk geschreven taal

In deze vorming leer je hoe je folders, brieven of websites in duidelijk Nederlands kan herschrijven. Je krijgt vele simpele tips en leert ze toepassen via praktische schrijfoefeningen.